Zomerretraite augustus 2008: ervaringen van deelnemers.

1. 2. 3

1. De retraite heb ik als bijzonder positief ervaren. Vanuit mijn werk heb ik aan diverse zelfontplooiingsactiviteiten deelgenomen, maar niet vaker werd mij op zo’n heldere manier duidelijk waar het in het leven werkelijk om draait. En dan niet zozeer op rationeel niveau, maar vooral op ervaringsniveau. Een erg bijzondere ervaring.

2. Het was de eerste keer dat ik in het Vipassana centrum in Groningen kwam om de zomerretraite te doen. Best spannend. Ik wist namelijk van tevoren dat ik met meerdere mediterenden op een zaal zou slapen en ook dat er weinig ruimte buiten zou zijn. Gelukkig was ik wel vertrouwd met de meditatieleraren Frits en Joost.

Eigenlijk is alles welkom tijdens een retraite. De prettige ervaringen maar ook de minder prettige ervaringen. Zij staan in dienst van de beoefening. En door opmerkzaam te zijn raak je vertrouwd met processen van kalmte, maar ook met processen van lijden. En dan doet het er niet toe waar je bent.

De ontvangst was hartelijk, de mensen die betrokken zijn bij het centrum stralen gastvrijheid uit, waardoor ik mij welkom voelde. Dit geldt niet alleen voor de meditatieleraren, maar ook voor degene die het ontbijt, de lunch en het diner verzorgde en voor hen die ondersteunende diensten verlenen, zodat de mediterenden vrij zijn om zich te concentreren op hun meditatie.

De meditatiezaal is ruim en de ramen kunnen wijd open, zodat het er fris kan blijven, ook ’s avonds bij het naar bed gaan. Het ritme van meditatie was helder en de inleidingen van Joost gaven mooie mentale voeding. Dat moedigde aan om te blijven mediteren. In de uitwisseling met de meditatieleraar wordt de voortgang van je meditatie besproken.

De kinderstemmen buiten – naast de school is een kinderspeelplaats – werden normaal om te horen; na verloop van tijd zo vertrouwd dat ‘horen’ centraal stond en niet meer de ergernis of de inhoud van wat je hoorde. De stilte ’s avonds won wel aan kwaliteit, afgezet tegen de luidruchtigheid van overdag, en ik signaleerde meer dan eens dat ik de stilte een welkome ervaring vond.

Naast meditatie in de grote zaal is er voldoende ruimte om in de kleine meditatiezaal te mediteren, of in het keukentje naast de kleine zaal; of buiten tussen het groen en het huis, lopend op het pad. Dat was bij mij favoriet als afwisseling tussen binnen en buiten, zodat ik fris kon blijven.

Ook al praat je niet met elkaar, loop en zit je met geloken en gesloten ogen, merk je de aanwezigheid van de andere mediterenden. Het is bemoedigend te ervaren dat ieder bezig is met lopen en zitten, corvee doet, eet, drinkt en slaapt. Op momenten dat je denkt ‘nu ga ik even liggen’, maar je ziet dat er een aantal mensen in de zaal mediteren, dan heb je een keuze moment: ‘wil ik echt even liggen, vanuit behoefte, of wil ik liggen vanuit luiheid, of zal ik maar beter doorgaan met mediteren?’.

De mede mediterenden houden je als het ware wakker in de opmerkzaamheid.
In het centrum in Groningen wordt dit versterkt, omdat je bij voortduring met elkaar in de ruimte bent. De huiselijkheid, persoonlijke sfeer, gastvrijheid en betekenisvolle inleidingen van de meditatieleraren maken, naast de eigen inzet, dat het mediteren op een prettige wijze kan verlopen.

Terug naar het begin van de pagina

3. Het is een maand na de retraite. De twee weken in stilte lijken soms ver weg, en tegelijk ook niet. Een van de dingen die me is bijgebleven is het gevoel van intimiteit en verbondenheid in het stille samenzijn met anderen, onbekenden. Meer in contact met mezelf, de mensen om me heen, en eigenlijk ook met het leven zelf. Het is geen jubelend blij gevoel, eerder een wat nuchter bescheiden gevoel van verbinding. Het lijkt alsof er door de vertraging, de stilte en het beoefenen van milde en open aandacht een hoop ruis en stof neerdwarrelt. En dat er daardoor meer ruimte komt om in contact te zijn met wat er is.

Het gaat niet vanzelf. Het kostte me een paar dagen om te wennen aan de nieuwe plek, nieuwe geluiden en het dagelijkse ritme en om te schakelen van druk bezig zijn naar niets hoeven. Zo in het begin merk ik dat er vooral veel moeheid en onrust is. Gedachten die heen en weer schieten over van alles en nog wat. Impulsen die opkomen. Snelle oordelen over wat ik zie of hoor of denk of voel. Door het steeds maar weer opmerken van hoe ik me voel en deze oordelen (“dit vind ik mooi/fijn, dat lelijk/vervelend”) en van verlangens (in koffie, koekje, slapen, etc.) en weerstanden (tegen geluiden, kou, stijve spieren, etc.) lijken deze beetje bij beetje minder sterk te worden.

Ik weet nog heel goed dat ik aan het begin van de week gek werd van alle geluiden buiten: het geschreeuw van kinderen op het naast gelegen schoolplein, scheurende brommers, hard pratende mensen ’s avonds laat op straat. Ik genoot van de momenten dat het even rustig was of als ik de vogels of wind hoorde. Zo aan het eind van de week liep ik buiten en vlak na elkaar hoorde ik het geschreeuw van kinderen en een paar vogels fluiten. Toen merkte ik, heel wonderlijk, dat ik me niet duidelijk irriteerde aan het ene geluid of genoot van het andere, dat ik geen sterke voor- of afkeur had. Dat gaf zo’n rust.

De begeleidende praatjes en gesprekken versterken het proces. Door de aanwijzingen, adviezen en uitleg over meditatie weet ik waar ik op kan letten en om bijvoorbeeld balans te vinden tussen te weinig of teveel concentratie, teveel of te weinig mijn best doen. Ook herken ik me vaak in wat wordt verteld. Daardoor kan ik makkelijker begrijpen wat ik zoal tijdens het mediteren tegenkom. En begin ik steeds beter patronen te zien in wat er gebeurt en hoe ik daar op reageer. Zo merkte ik in het begin, als iemand hard kuchte, dat ik boos werd. Een paar dagen later merkte ik dat daar nog een paar stappen tussen zitten. Door het harde geluid slaat mijn hart over. Dit schrikgevoel wil ik niet en dat neem ik die ander kwalijk. Toen ik het schrikgevoel begon op te merken, verdween de boosheid. En later werd zelfs het schrikgevoel minder en was er alleen het gekuch.

Nu ik thuis ben en de dag weer wordt ingenomen door werk, klusjes thuis en afspraken met vrienden, merk ik dat een deel van de opmerkzaamheid en concentratie is verdwenen. Maar er zijn meer momenten dat ik me zo even bewust ben van mijn houding, mijn ademhaling, mijn gemoedstoestand en neigingen om vanuit impulsiviteit of boosheid te reageren. Door dan de rem erop te zetten, maak ik meer constructieve keuzes, neem ik bijvoorbeeld even pauze, durf ik eerlijker naar anderen en mezelf te zijn. Dat voelt bevrijdend.

Terug naar het begin van de pagina