
Kamerlingh Onnesstraat 71
9727 HG Groningen
Tel: 050 - 5276051
info@vipassana-groningen.nl
St. Vipassana-Meditatie Groningen giro 5914431
Ondanks een korte voorbereidingstijd is het gelukt een mooi feest te organiseren
in een sfeer van verbondenheid. Voor velen was het een gelegenheid
om oude bekenden of juist nieuwe mensen te ontmoeten.
Vanaf twee uur druppelden de mensen binnen. Onder de gasten waren ook een
aantal huurders en een vertegenwoordiger van de Sangha Metta in Amsterdam.
Zelfs de Thaise gemeenschap was gekomen om rituelen uit te voeren. Helaas
konden sommigen niet aanwezig zijn zoals grondlegger Frits Koster en de leraren
Doshin Houtman en Joost van den Heuvel.
Het programma begon in de Boeddhazaal met een aantal toespraken. Huisleraar
Ank Schravendeel opende door kaarsen aan te steken en wierook te branden.
De nieuwe voorzitter hield een openingswoord en daarna volgde het afscheid
van Kees Hemerik als voorzitter. Als dank voor zijn langjarige inzet kreeg
hij een klankschaal aangeboden. Hij blijft als meditatiebegeleider aan het
centrum verbonden.
Vervolgens stelde het nieuwe bestuur zich voor. Ook werden de namen genoemd
van allen die actief bij het centrum betrokken zijn zoals meditatiebegeleiders
en vrijwilligers. Paul Boersma vertelde tenslotte over de geschiedenis van
het centrum.
Na deze praatjes ging de groep naar de bovenzaal voor de meditatie. Sietske
de Haan verzorgde de inleiding en memoreerde dat Ank haar al een aantal jaren
geleden was opgevallen als 'een helder belletje'. Ank begeleidde het eerste
deel van de meditatie. Zij nodige ons aan het begin uit onze eerste meditatieleraar
in de aandacht te laten komen. Paul verzorgde ter afsluiting de Metta
meditatie, waarbij hij verzen in het Pali reciteerde. Het was bijzondere
met deze groep gelijkgestemden te mediteren. Na de meditatie was er een gezellig
samenzijn onder het genot van feestelijke hapjes en drankjes.
Een klein stukje historie van het Vipassana Centrum Groningen: 1982-1993.
Er is hier in Groningen veel meer gegroeid dan alleen een gebouw. En dat is waarmee ik het bestuur van de stichting en alle aanwezigen wil feliciteren. Maar mijn verhaal beperkt zich tot de wordingsgeschiedenis van het gebouw.
Al vroeg waren er plannen van Mettavihari om in Groningen te gaan wonen. Het moet rond 1982/3 zijn geweest. Een stichting was opgericht samen met Erik Hoogcarspel en Jildi Mohammed Shah. Dit duo had M. naar Groningen gehaald om meditatieweekends in het Jan Tuin Centrum te geven. Ik had in 1981 kennis gemaakt met de meditatie en dat had zoveel indruk op me gemaakt dat ik in deze stichting stapte. Maar er ontstond onenigheid tussen Hoogcarspel en Mettavihari, en het ging niet door. Aangezien de stichting speciaal bedoeld was om een centrum met Mettavihari mogelijk te maken, wilde ik haar opheffen, maar Erik wilde dat onder geen beding. Ik verliet de Stichting BMC (Boeddhistisch Meditatie Centrum) en Erik zette die voort met andere Tibetaanse boeddhisten. Het lukte hem niet zonder charismatische figuur een centrum van de grond te krijgen.
Let wel : een heel weekend was de enige manier om kennis te maken met Vipassana! Mettaviahari gaf zelf weekends, vergezeld vaak door Aad Verboom. Hij verdiende er iets mee (ongeveer 500 gulden) en de bijeenkomsten eromheen waren gezellig.Hij logeerde aan de Parallelweg, liet zijn voeten masseren, en kookte soms zelf Thai. In die tijd (of was het voor 1982?) is men ook eens op zoek gegaan naar een huis op het platteland dat Mettavihari in zijn droom gezien had en waar hij een meditatiecentrum dacht te kunnen stichten. Met een auto vol meditatiestudenten wist hij het te vinden. Het huis had geen bordje te koop, de eigenaar was verbaasd, want hij had wel besloten het in de verkoop te doen. Het is niets geworden.
Na EH is Rommy met haar vriend aan Parallelweg gaan wonen. Ze kregen een zoon,
waaraan M. veel lol beleefde. In de andere helft ging Johan Tinge wonen. Er
werd veel gesproken over een meditatiecentrum, nu niet om Mettavihari te huisvesten,
maar in de eerste plaats om de wekelijkse avonden en weekends onderdak te geven.
Harm van Weerden, een toegewijd leerling van M. beweegt nu zijn moeder om het
pand aan de Parallelweg te kopen, en gaat aan de slag met de verbouwing. Hij
is kunstenaar, en heeft wel enige weken per jaar over om eraan te werken. Er
wordt een Stichting opgericht, met als bestuursleden Harm, zijn moeder en Mettavihari.
Vele meditatoren doen vrijwilligerswerk en op mijn huwelijk in 1985 komen ze
met hongerige magen na het werk de boel opeten. Na enkele jaren van gestage
maar bescheiden voortgang (in 1988?) moet het slapende stichtingsbestuur vervangen
worden door een actief bestuur. Frits is terug uit Thailand en wordt op verzoek
van M. monnik in Nederland, een moeilijke onderneming, omdat de Nederlandse
bevolking niet ingesteld is op dana (in geld, eten en tijd) aan monniken. Hij
komt in het bestuur samen met Egbert van der Werff, Harm van Weerden en ondergetekende.
Bijzonder grappig verliep de constituerende eerste vergadering. Wie moest er
voorzitter worden? Omdat er geen voor de hand liggende kandidaat was meende
ik na enige aarzeling maar uit de schaduw te moeten treden om het voorzitterschap
op me te nemen. Maar de volgende dag, op de vergadering, bleek Egbert een soortgelijk
idee te hebben over zichzelf en gelet op vergadertechnische of ook bestuurlijke
kwaliteiten kwamen hij en ik inderdaad het meest in aanmerking. Harm maakte
tot veler verrassing geen enkele aanspraak. Er was echter geen discussie nodig
of zelfs maar mogelijk: bikkhu Jhananando, oftewel Frits, moest volgens Mettavihari
voorzitter worden, omdat hij de enige monnik was. Vergadertechniek werd ondergeschikt
gemaakt aan het gezicht naar buiten. Egbert werd secretaris, ik penningmeester,
Harm deed de afdeling bouw.
Nu brak een periode aan van verhoogde activiteit aan de Parallelweg. Harm zette
zich geweldig in, gesteund door steeds weer andere meditatoren. Maar het was
een oude boerderij in slechte staat. De hoeveelheid werk was enorm. In Thailand
was men door Mettavihari op de hoogte gesteld van de bouwactiviteiten. De leraar
van M. die hoog in de hiërarchie stond was zo blij met het project dat hij
in 1990 op hoge leeftijd (enkele jaren voor zijn dood) een bezoek bracht aan
Nederland. Hij was eerder (in 1984) in Groningen geweest, en was toen als hooggeëerd
man in Thailand (Chao Kun Bhimaladhamma) de keldertrap van het Jan Tuin Centrum
afgedaald, waar de daklozen vaak hun heil zochten. Prachtig. In 1990 was hij
nog hoger: Sangaradja, maar veel belangrijker is dat hij degene was die het
besluit heeft genomen om de Vipassana in Nederland te verbreiden. Die opdracht
had hij M. gegeven en aan het einde van zijn leven wilde hij de vruchten ervan
gadeslaan.
In 1991 werd ik door Mettavihari vanuit Amsterdam gebeld: het pand aan de Parallelweg
stond in brand. Dat ik het uit Amsterdam moest vernemen zegt wel iets voor
de betrokkenheid van Mettavihari. De brand leverde prachtige plaatjes op, zoals
van het Boeddhabeeld dat onverstoorbaar en sereen bleef zitten in de verbrande
omgeving. Harm bleek zelf oorzaak van de brand: hij had vergeten kaarsen uit
te blazen nadat hij het pand had laten zien aan een eventueel toekomstig gebruiker.
Achteraf vond ik het heel symbolisch dat Harm zelf zijn project waarin hij
zoveel energie gestoken had vernietigde.
Nu volgde er een periode van touwtrekken met de verzekering. Als penningmeester
moest ik de verantwoordelijke verzekeringsmensen achter de broek blijven zitten:
eindeloos bellen. Maar na ongeveer een jaar werd uitgekeerd. En de plannen
moesten opnieuw opgesteld worden. Ik geloofde niet in de irrealistische plannen
van Harm en voelde meer voor een kleinschaliger aanpak. Op een gegeven moment
wilde ik niet meer samenwerken met een volgens mij halsstarrige Harm, en bood
ik mijn ontslag aan. Dit werd een keerpunt. De anderen draaiden bij. Besloten
werd het pand te verkopen en voor dat geld iets anders in de stad te kopen,
niet een centrum voor grote retraites, maar bescheidener. Ik verzorgde het
contact tussen onze stichting en de afdeling Bouwen en wonen van de gemeente
Groningen. Met hen viel goed te praten, maar ze stelden wel een voorwaarde:
op grond van een gloednieuwe milieuwet eisten ze een verklaring dat de grond
vrij was van verontreinigingen. Toen doemde er een nieuw gevaar op. De grond
bleek vervuild. We moesten zelf het onderzoek ernaar bekostigen. Na twee onderzoeken
van tezamen 13000 gulden was er nog geen einde aan de zaak en leek alles tamelijk
hopeloos. Toen stuurde ik een brief naar de wethouder dat hij het toch niet
kon laten gebeuren dat een stichting met ideële doelstelling moest opdraaien
voor de nalatigheid van een boer, die kunstmest had laten lekken, en dat op
die manier duizenden guldens die met ideële intenties gegeven waren over de
balk gegooid werden. Het hielp. De gemeente nam de rest van de kosten van onderzoek
en sanering op zich (later hoorde ik dat het opgelopen was tot 80.000 gulden)
en nu ging het vlot. Het voorstel van de gemeente om voor 75.000 gulden het
huidige pand (Kamerlingh Onnesstraat 71) te kopen werd met beide handen aangegrepen.
Toen de koop gesloten was kon eindelijk mevrouw van Weerden het geld terugkrijgen
dat ze in de Parallelweg gestoken had, voor Harm een opluchting. De verbouwing
werd ter hand genomen door een commerciële kleine aannemer. De tekeningen ervoor
werden vervaardigd door een architect die zelf mediteerde: een vrouw met de
naam Ching. Er werd een woonplaats voor onze monnik Jhananando gemaakt en een
ruime meditatiezaal boven. In maart 1993 kon het gebouw plechtig geopend worden
in aanwezigheid van Mettavihari. Ik was enkele maanden eerder naar Hilversum
verhuisd, maar was natuurlijk bij dit glorieuze moment aanwezig.
Uit deze korte schets blijkt wel dat het centrum niet vlot ter wereld is gekomen.
Het is eigenlijk een wonder dat het er is. Vele malen leek het ver weg, zo
niet onmogelijk. De hoofdrolspelers waaraan we veel te danken hebben zijn de
leermeester van Mettavihari Bhimaladhamma, dan Mettavihari zelf, Frits Koster
die als monnik vele nuttige contacten legde, en Harm die door zijn idealisme
een grote motor was. Maar we moeten ook niet de talloze vrijwilligers vergeten
die meegewerkt hebben. En velen weten ook niet dat er mensen zijn die duizenden
guldens aan het project gegeven hebben. Ik weet daar als ex-penningmeester
alles van: het gaat zowel om mensen binnen de Vipassana Groningen als om mensen
van daarbuiten. Voor de velen die erbij betrokken was is het een grote oefening
geweest, die erg op Vipassana lijkt: hard werken zonder te letten op het resultaat.
